Klimaatverandering blijft een actueel en juridisch complex thema, ook binnen het ondernemingsrecht. In een recente annotatie voor COBE, gepubliceerd op hun website (COBE Magazine 2026 / N-003), gaat onze collega Layla Verhagen in op het arrest van het Gerechtshof Den Haag in de zaak Milieudefensie/Shell (ECLI:NL:GHDHA:2024:2099).
Datum: 20 maart 2026
Gewijzigd 20 maart 2026
Geschreven door: Layla Verhagen
Leestijd: +/- 2 minuten
Milieudefensie c.s. vorderen dat Shell verplicht wordt haar CO2-emissies in 2030 met 45 procent te verminderen ten opzichte van 2019, stellende dat Shell onrechtmatig handelt als zij dat niet doet. Shell is een internationaal opererende energieonderneming, waarvan het grootste deel van de verkopen bestaat uit olie en gas. Shell heeft klimaatdoelstellingen geformuleerd, maar deze zijn in de loop der jaren aangepast. De rechtbank wees eerder een reductiebevel toe, gebaseerd op de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm en op grond van mensenrechten. Shell ging in hoger beroep.
Centraal in deze zaak staat de vraag in hoeverre een civiele rechter op grond van open normen – zoals de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm – of mensenrechten een private onderneming kan verplichten tot het nemen van concrete maatregelen ter voorkoming of beperking van maatschappelijke schade (denk aan klimaatverandering), zoals het realiseren van een specifiek doel of reductiepercentage.
Het hof erkent dat bescherming tegen gevaarlijke klimaatverandering een mensenrecht is en dat ondernemingen een eigen verantwoordelijkheid hebben om bij te dragen aan het behalen van klimaatdoelstellingen. Echter, het hof stelt vast dat bestaande klimaatwetgeving geen absolute reductieverplichting oplegt aan individuele bedrijven. De consensus over een mondiale reductie van 45 procent in 2030 betreft een gemiddelde, niet een norm voor afzonderlijke bedrijven of sectoren. Het hof acht het niet mogelijk op basis van de huidige wetenschappelijke inzichten en beschikbare modellen een concreet percentage voor Shell juridisch te normeren. Daarnaast is niet vast komen te staan dat een reductiebevel voor scope 3-emissies effectief is. Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vorderingen van Milieudefensie c.s. af, met een veroordeling in de proceskosten.
In haar annotatie voor COBE bespreekt Layla in het bijzonder (i) de impact van deze maatschappelijke zorgplicht op de beleidsvrijheid van het bestuur, en (ii) de verhouding tussen een algemeen-belang actie en een enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer. Daarmee biedt zij waardevolle duiding bij de civielrechtelijke grenzen van klimaatverantwoordelijkheid voor ondernemingen en hun bestuurders.
Benieuwd naar de hele annotatie? Lees het via de website van COBE.
Als advocaten voor ondernemers begrijpen wij het belang van voorop blijven. Samen met ons heeft u alle kansen en risico’s in het vizier. Neem gerust contact met ons op en laat u persoonlijk informeren over onze diensten.