Update in het ‘zzp-dossier’: verduidelijkingsdeel wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties geschrapt

In de zomer van 2025 berichtten wij u dat het aangepaste wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) (eindelijk) naar de Tweede Kamer was gestuurd. Vorige week diende minister Aartsen (Werk en Participatie) een nota van wijziging in bij de Tweede Kamer, waarmee een groot deel van dat wetsvoorstel wordt geschrapt. Wat is er precies gebeurd, en wat betekent dit voor werkgevers, opdrachtgevers en zzp'ers? In deze blog zal Bas Blaauwhof ingaan op vragen als als deze.

#zzp

Datum:  12 maart 2026

Gewijzigd  12 maart 2026

Geschreven door:  Bas  Blaauwhof

Leestijd:  +/- 4 minuten

De Wet Vbar 

De Wet Vbar bestond uit twee onderdelen: 

  • Onderdeel 1 – Verduidelijking van 'werken in dienst van'  
    Een arbeidsovereenkomst vereist drie elementen: loon, arbeid en gezag. Met name het gezagscriterium levert in de praktijk veel discussie op. De wet Vbar beoogde dit criterium te verduidelijken door een nieuw toetsingskader in te voeren met zogenoemde W-indicatoren (die wijzen op werknemerschap) en Z-indicatoren (die wijzen op zelfstandigheid). Op basis van het zwaartepunt van die indicatoren zou worden beoordeeld of iemand werknemer of zelfstandige is. 

  • Onderdeel 2 – Rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst  
    Ook introduceerde de wet een rechtsvermoeden op basis van een uurtarief. Wie werkt voor een vast te stellen (laag) tarief wordt vermoed dit te doen op basis van een arbeidsovereenkomst. De bewijslast verschuift dan naar de opdrachtgever, die moet aantonen dat er géén sprake is van een arbeidsovereenkomst. Lukt dat niet, dan is er sprake van schijnzelfstandigheid. Dit onderdeel is bedoeld als bescherming voor werkenden aan de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt, die beperkte onderhandelingsruimte hebben.  

Aanhoudende kritiek 

Al in een vroeg stadium stuitte de Wet Vbar op stevige kritiek, zowel van de Raad van State (adviesorgaan) als vanuit de markt. De Raad van State stelde dat het verduidelijkingsdeel weinig toevoegt aan de bestaande jurisprudentie over de kwalificatie van arbeidsrelaties. Het wetsvoorstel sloot immers nog steeds aan bij de zogenoemde Deliveroo-criteria die de Hoge Raad in 2023 formuleerde zonder dat dit in de praktijk tot meer voorspelbaarheid zou leiden. In de praktijk zouden rechters nog steeds per geval (én achteraf) moeten beoordelen of sprake is van werknemerschap. De beoogde duidelijkheid zou daarmee grotendeels een illusie blijven. 

Ook vanuit werkgevers en zzp'ers klonk kritiek vanwege het gebrek aan duidelijkheid. Daarbij zou de wet Vbar ook te weinig oog hebben voor het daadwerkelijke ondernemerschap van zelfstandigen.  

Alleen de ‘r’ uit Vbar blijft over 

In januari 2026 kondigde de nieuwe coalitie (D66, VVD en CDA) in hun coalitieakkoord aan dat het verduidelijkingsdeel uit de wet Vbar zou worden geschrapt. In plaats daarvan zou de Zelfstandigenwet zou worden ingediend. De Zelfstandigenwet is een initiatief dat in april 2025 al werd gelanceerd door VVD, D66, CDA en SGP.  

Vorige week heeft minister Aartsen die eerdere aankondiging gestand gedaan door een nota van wijziging in te dienen bij de Tweede Kamer, als gevolg waarvan onderdeel 1 van de Wet Vbar volledig komt te vervallen. Wat overblijft ter behandeling in de Tweede Kamer, is uitsluitend het rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van het uurtarief. Dit onderdeel geeft werkenden die voor minder dan € 38,- per uur werken een steviger juridisch startpunt om een arbeidsovereenkomst op te eisen, vanwege de omgekeerde bewijslast. Bovendien heeft het een preventief effect, aldus de minister: opdrachtgevers zullen bij laagbetaalde klussen kritischer moeten nadenken over de vraag of de opdracht wel door een zelfstandige kan worden uitgevoerd. 

Kwalificeren van de arbeidsrelatie 

Het toetsingskader voor de beoordeling van arbeidsrelaties blijft voorlopig ongewijzigd: rechters én de Belastingdienst beoordelen arbeidsrelaties aan de hand van de Deliveroo-criteria. Minister Aartsen heeft aangekondigd de Zelfstandigenwet zo snel mogelijk verder uit te werken en als afzonderlijk wetsvoorstel bij de Tweede Kamer in te dienen. 

 Dit wetsvoorstel kent drie toetsen waaraan voldaan moet zijn: 

  • De zelfstandigentoets – voldoet de werkende aan de kenmerken van een echte ondernemer? 

  • De werkrelatietoets – hoe ziet de feitelijke werkrelatie eruit? 

  • Het sectoraal rechtsvermoeden – in bepaalde sectoren geldt een vermoeden van werknemerschap. 

Het doel van de Zelfstandigenwet is nadrukkelijk om vooraf duidelijkheid te bieden. Het wetsvoorstel ging eerder al in internetconsultatie.  

Conclusie

De discussie over schijnzelfstandigheid is nog lang niet afgerond. Voor nu geldt: het verduidelijkingsdeel van de Wet Vbar verdwijnt, het rechtsvermoeden blijft in behandeling en de Deliveroo-criteria blijven de maatstaf. Werkgevers en opdrachtgevers doen er verstandig aan de tarieven en feitelijke werkomstandigheden van ingehuurde zelfstandigen kritisch te blijven beoordelen. Heeft u vragen over de gevolgen voor uw organisatie of uw positie als zelfstandige? Neem gerust contact op met onze arbeidsrechtspecialisten.

Wordt vervolgd...
Er verschijnen de komende weken meer blogs. Volg ons daarom op LinkedIn of bezoek regelmatig onze website, zodat je er als eerste bij bent!


Blijf scherp

Als advocaten voor ondernemers begrijpen wij het belang van voorop blijven. Samen met ons heeft u alle kansen en risico’s in het vizier. Neem gerust contact met ons op en laat u persoonlijk informeren over onze diensten.

Contact

Meer over dit onderwerp: