De Nederlandse financieringsmarkt staat aan de vooravond van een fundamentele modernisering. Het wetsvoorstel modernisering pandrecht en cessie is onlangs ter consultatie gepubliceerd. Waar dit voorstel op ziet en waarom het relevant is, zal in deze blog worden toegelicht door Reinier Pijls en Milad Hamidy.
Datum: 05 maart 2026
Gewijzigd 05 maart 2026
Geschreven door: Milad Hamidy en Reinier Pijls
Leestijd: +/- 3 minuten
Het voorstel richt zich op twee structurele knelpunten in het Nederlandse zekerhedenrecht:
Dit voorstel is relevant, omdat verpanding en cessie van vorderingen een belangrijk onderdeel vormen van zekerheden in Nederlandse financieringen. Met het wetsvoorstel wil de overheid administratieve lasten verminderen, kredietverlening toegankelijker maken en zorgen voor een meer gelijk speelveld tussen banken en alternatieve financiers.
Op dit moment moeten onderhandse akten voor stille verpanding of cessie van vorderingen fysiek worden geregistreerd bij de Belastingdienst in Rotterdam. Zonder registratie komt er geen geldig stil pandrecht of stille cessie tot stand. Dit papieren proces brengt kosten, vertraging en operationele inefficiënties met zich mee, zeker bij grote aantallen akten.
Het wetsvoorstel vervangt de eis van een geregistreerde onderhandse akte door een onderhandse akte met een vaste datum. Daarbij moet de datum én het exacte tijdstip van ondertekening betrouwbaar en fraudebestendig kunnen worden vastgesteld.
Een vaste datum kan worden verkregen via:
Hierdoor wordt volledig digitale en 24/7 tijdsaanduiding mogelijk en neemt de afhankelijkheid van papieren registratie af.
Volgens het huidige recht kunnen vorderingen alleen bij voorbaat stil worden verpand of gecedeerd als zij rechtstreeks voortvloeien uit een reeds bestaande rechtsverhouding. Daardoor vallen zogenoemde dubbel toekomstige vorderingen – vorderingen uit nog te sluiten overeenkomsten – vaak buiten de zekerheden. Dat speelt met name in sectoren zoals retail en e-commerce, waar betalingen vrijwel direct plaatsvinden.
Het wetsvoorstel schrapt voor zakelijke partijen de eis van een onderliggende rechtsverhouding. Daardoor kunnen alle toekomstige vorderingen bij voorbaat worden verpand of gecedeerd met één akte.
Hierop geldt één belangrijke consumentenbeschermingsuitzondering: bij stille cessie blijft de beperking gelden wanneer de cedent een natuurlijke persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
De voorgestelde wijzigingen kunnen in de praktijk leiden tot bredere dekking van zekerheden op vorderingen, eenvoudigere documentatie (bijvoorbeeld minder behoefte aan dagelijkse omnibus-pandakten) en mogelijk betere toegang tot financiering en gunstigere prijsstelling.
In faillissementssituaties kan dit betekenen dat meer binnenkomende betalingen onder het pandrecht vallen, wat invloed kan hebben op verrekeningsposities rond een faillissement en mogelijk leidt tot minder middelen voor de boedel.
Het wetsvoorstel laat daarbij de kernregel uit het Nederlandse insolventierecht ongewijzigd: vorderingen die pas na faillissement ontstaan, vallen niet onder het pandrecht.
Benieuwd naar de impact van het wetsvoorstel modernisering pandrecht en cessie op uw onderneming? Neem gerust contact op met onze specialisten.